research


paleis_knossos.jpgparthenon.jpgorakel.jpgerechteion.jpg

Via de website http://www.latijnengrieks.com/ ben ik bij enkele Griekse handboeken uitgekomen:

- Stathmoi

- Basis

- Hellenike

- Gephyra

- Epauxe

Wat mij opviel is dat deze schoolboeken er niet erg boeiend uitzien. Phoenix (Latijns handboek) daarentegen, was voorzien van een degelijke lay-out, aangevuld met illustraties en fragmenten uit Asterix, wat het studeren voor kinderen van die leeftijd veel aangenamer en uitnodigender maakt.

Cartledge, P., Ancient Greece, Cambridge University Press : Cambridge, 1998.

De Waele, F. J., Antieke Kunst, Uitgeverij Meddens :  Brussel, 1964.

Ling, R., Ancient Mosaics, British Museum Press : London, 1998.

Matz, F., Kreta en Mycene, Elsevier : Brussel, 1981.

Raymond, V. & S.J. Schoder, Hellas in vogelvlucht. Het oude Griekenland vanuit de lucht gezien, Het Spectrum : Antwerpen, 1974.

Scheffold, K., Klassiek Griekenland, Elsevier : Brussel, 1981.

Swaddling, J., The Ancient Olympic Games, British Museum Publications Limited : London, 1980.

Webster, T.B.L., Het Hellenisme, Elsevier : Brussel, 1981.

Werner, P., Life In Greece In Ancient Times, Liber : Fribourg, 1977.

Zadoks, A. N. & J. Jitta, Antieke Cultuur in beeld, De Sikkel : Antwerpen.

Korte geschiedenis

Vanaf het begin van de Griekse beschaving, zo rond 1000 v.Chr., was er een voortdurende drang tot stichting van nieuwe steden (apoikia – “nederzetting ver van huis”). Naast de veiligstelling van handelsbelangen in gebieden over zee was dit ook om de steeds dreigende overbevolking tegen te gaan. De oorzaak hiervan was dat de stadstaatjes in Griekenland, op de eilanden en aan de kust van Klein-Azië, meestal maar een beperkt vruchtbaar landbouwareaal ter beschikking hadden. Dit kwam door het bergachtige en onvruchtbare achterland, dat ook al gauw te lijden had onder ontbossing en overbegrazing en met gevolg erosie, zodat alleen een tamelijk smalle kuststrook voldoende vruchtbaar was/bleef voor de landbouw. Als dit gebied te klein werd om de bevolking te voeden, en handel ook niet voldoende was om de voedselbehoefte te dekken, dan werd een deel van de bevolking weggezonden om hongersnood te voorkomen en ergens anders een nieuw bestaan op te bouwen.
Meestal gebeurde dit door vrijwilligers of werd er geloot. Soms was ook een politiek meningsverschil, waarbij de emoties hoog opliepen, de aanleiding om een nieuwe stad te stichtten door de ontevredenen. Hiermee werd dan een burgeroorlog vermeden.
Rond het jaar 1000 v.Chr. werden vanuit het vasteland eerst de eilanden en de tegen over liggende west kust van Klein-Azië gekoloniseerd. Een grote kolonisatiegolf was er vervolgens tussen 800 v.Chr. en 500 v.Chr. waarbij het zuiden van Italië, Sicilië, de Zwarte Zee kusten en iets later een groot gedeelte van de resterende Middellandse Zee kusten werden bereikt. Zo waren er tenslotte hele ketens van nieuwe steden die na een paar generaties opnieuw zustersteden stichtten. Bijvoorbeeld Korinthe stichtte Syracuse, dat op zijn beurt weer vele steden op Sicilië stichtte. De grote concurrenten van de Grieken op dit gebied waren de Feniciërs die een zelfde strategie volgden, waardoor ze vele conflicten met elkaar hadden.
Athene riep een eigen, specifieke vorm van militaire kolonisatie in het leven, de zgn. cleruchie.
Tijdens het Hellenisme was de laatste expansie golf en het belangrijkste motief tot kolonisatie was toen om de Griekse cultuur onder de veroverde gebieden te verbreiden door er Griekse steden te stichtten.
Tegenwoordig kunnen vele steden rond de gehele Middellandse Zee en Zwarte Zee bogen op Griekse wortels. Bijna alle andere steden in dit gebied hebben overigens Fenicische stichters wat hiermee dan weer de grote concurrentie aangeeft die er gevoerd werd.

West- en zuidkust van Klein-Azië

Een belangrijk gebeuren voor de latere geschiedenis van Hellas is de emigratie van veel Grieken naar de westkust van Klein-Azië. Tijdens deze eerste kolonisatie nemen ze daar bezit van de rivierdalen aan de kust. Hierin heeft de vestiging van de Doriërs in Griekenland waarschijnlijk een rol gespeeld.

Rond de Zwarte Zee

Noordkust van Klein Azië, Byzantium, Chalcedon, Heraclea, Sinope, Amisios, Trabisontos, Bulgarije > Thracië, Mesembria, Roemenië, Odessa, Tomi, Istros, Tyras, Oekraïne, Olbia, Krim, Chersonesos, Theodosia, Panticapaeum, Zuid-Rusland, Tanaïs, Hermonassan, Phanagoria, Gorgippia, Pythios, Georgië, Phasis

Italië > Magna Graecia

Syracuse
Akragas > Agrigentum > Agrigento
Neapolis > Napels
Poseidonia > Paestum
Tarentum > Tarente
Crotona

Zuid-Frankrijk

Massilia >Marseille
Nicaea >Nice
Antipolis > Antibes
Monoecus >Monaco

Spanje

Emporion > Ampurias
Saguntum
Hemeruscopeum
Tarraco
Aphrodisias

Egypte en Libië

Alexandrië
Ptolemaïs
Naucratis
Cyrene

Azië tijdens en na Alexander de Grote

Syrië
Antiochië
Seleucia
Perzië
Ctesiphon
http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/f/f4/AntikeGriechen1.jpg

Het Nekromanteion, het orakel van de doden, was de toegang was tot de Onderwereld ( Hades ). Men geloofde dat men op deze plek de overledenen kon gaan raadplegen.  De rivier Acheron verdwijnt op deze plek ook ondergronds, vandaar dat ze beschouwd werd als de Styx, de rivier die de doden moesten oversteken om in de onderwereld toegelaten te worden.

Van de gebouwen die het Orakel vormden (uit de 3e eeuw voor Christus) zijn enkel de fundamenten overgebleven. Later werd er een orthodox klooster over gebouwd, waarvan de kerk nog te bezichtigen is.

Alvorens het Orakel te kunnen betreden, moest men eerst door een donkere gang, met kamers aan beide zijden. Hier konden de pelgrims eten en drinken, waarna ze zich moesten reinigen in de baden. Ze moesten ook een steen tegen de deurpost werpen,  om zelf niet aan hun einde te komen. Daarna werd er een ram geofferd en betrad men de lange, donkere gang naar de poort van de onderwereld. Hoogstwaarschijnlijk werden er ook verdovende middelen aan de rituele maaltijd toegevoegd, zodat de pelgrims in een mystieke sfeer verkeerden. Het eigenlijke orakel bevond zich aan het eind van deze gang : in deze zaal verschenen de zielen van de overledenen aan de bezoekers.

Na de raadpleging dienden de pelgrims zich naar een andere kamer te begeven, waar ze drie dagen moesten doorbrengen om zich te reinigen (en zodat de verdovende middelen konden uitwerken).

Het archeologisch museum van Heraklion herbergt een schat aan vondsten uit de Minoïsche periode, waaronder een rhyton (vaas) in de vorm van een stierenhoofd. De stier speelde een grote rol in de religie op Knossos en is op talrijke schilderingen, beeldjes en reliëfs uit deze rijke collectie vertegenwoordigd. Kreta is immers ook de plaats waar de mythe van de Minotaurus zijn oorsprong vond. Verdere bezienswaardigheden in dit museum zijn de beroemde schijf van Phaistos, een beeldje van een slangengodin (of hogepriesteres) en een maquette van Knossos.

http://www.ancient-greece.org/museum/muse-iraclion.html

Vanwaar de naam “Epopea” ? Het Griekse woord voor heldensage was “Epopoiia”, een samenstelling van “Epos” (verhaal) en “poiein” (maken). Dit werd in het Italiaans “epopea”, in het Spaans “epopeya”, in het Portugees “epopéia”, in het Catalaans “epopeia”, in het Frans “épopée”, in het Roemeens “epopee”, in het Kroatisch “epopeja” en in het Esperanto “epopeo” (en “epopea” voor de adjectief-vorm).